Midweek Center Parcs in het Nederlandse Drenthe

Nederland is één van onze geliefde vakantiebestemmingen en jaarlijks lukt het ons wel om onze noorderburen een bezoekje te brengen. Deze keer gaan we voor een midweek naar de provincie Drenthe. Drenthe met als hoofdstad Assen, ligt in het noordoosten van Nederland, onder de provincie Groningen en tegen de grens met Duitsland.

Aantrekkelijke locatie

De provincie ligt op het Drents plateau en kent weinig hoogteverschillen. Het landschap heeft een landelijk karakter en wordt gekenmerkt door brinkdorpen, heide, beekdalen en kanalen, weideland, bossen en veengronden. Een heerlijk fiets- en wandellandschap.

Genieten aan de VIP Cottage

 

We verblijven er in een VIP-cottage van Centerparcs in het park De Huttenheugte te Dalen. De bungalows zijn er gelegen rond een mooi en rustig meer, waar je rustig kan vissen of bootje varen. Onze cottage is voorzien van alle comfort: 2 slaapkamers met ieder 2 boxsprings, een luxe badkamer met bubbelbad, inloopdouche met rainshower, dubbele wastafel en infrarood sauna, een compleet ingerichte keuken, privé-terras met tuinmeubilair en barbecue. In het park kan je, al dan niet betalend, deelnemen aan een veelvoud van activiteiten. Er is het zwemparadijs, de Aqua Mundo met zijn glijbanen, bubbelbaden en het veilige kinder-doe-bad. De kinderen kunnen zich ook amuseren op de speelterreinen en de kinderboerderij. Direct naast het bungalowpark is het indoor Plopsa pretpark van Coevorden. Een eindje verder in Emmen is een populair dierenpark.

Binnen en buiten spelen

Het weer is zonnig en mooi, maar voor de maand april nog kil in de ochtend. Ideaal om eerst een paar uurtjes te gaan ravotten in het indoor Plopsa pretpark. Vermits we er buiten de schoolvakantie zijn, is het er opvallend rustig. Samen met een paar andere gezinnen met niet-schoolplichtige kinderen, staan we rond openingstijd aan de ingang. We voelen ons direct terug kind wanneer het magische rode gordijn van het pretpark opengaat. Bumba verwelkomt ons en de lege, rond draaiende zweefmolen trekt de aandacht. Zonder wachttijden kunnen de kinderen rennen van de ene attractie naar de andere en vermits deze nog niet half vol zitten, blijven we na het rondje gewoon zitten en roepen we: “Nog een keer! Nog een keer!”.

Dagje Plopsa Coevorden

 

Tegen de middag hebben we het wel gehad. Het weer is zonnig en mild geworden en na de lunch springen we op de fiets. Een kaart van het plaatselijke fietsknooppuntennetwerk is niet verkrijgbaar aan de receptie. We starten lukraak de aangeduide fietsroute “Rondje Dalen”. De tocht blijkt een 53-tal kilometer lang te zijn langsheen akkers en velden. We doen een half rondje Dalen en in het dorp, in de plaatselijke drogisterij, kopen we een fietsknooppuntenkaart van Oost-Drenthe. Onze benen zijn opgewarmd en met deze kaart op zak kan onze fiets- en wandelvakantie beginnen.

Historie en cultuur

Cultuur opdoen en geschiedenis leren op een vakantie met twee kleine kadetten is niet evident. Deze vakantie zijn we daar toch een beetje in geslaagd. Drenthe is de plaats bij uitstek om de prehistorie beter te leren begrijpen en kinderen zijn er gek op. Nog nooit had ik nagedacht over de ijstijden, maar hier vind je massa’s stenen en landschappen die erdoor gevormd zijn.

Kenmerkend voor de streek zijn de verscheidene hunebedden die je er vindt. Deze megalithische monumenten zijn grafmonumenten, stenen massagraven van de Trechterbekercultuur. Dit prehistorische volk, genaamd naar de trechterbekers die ze maakten, leefde tijdens de nieuwe steentijd in Drenthe en Noord-Europa. In plaats van rond te zwerven en te jagen, gingen zij zich vestigen in nederzettingen en begonnen aan landbouw en veeteelt te doen. Het waren de eerste boeren in Drenthe. Ze bouwden lemen huizen met rieten daken en maakten stenen werktuigen en potten. Zij maakten ook de hunebedden met de aanwezige rotsblokken of zwerfkeien. Hier worden we voor het eerst geïnformeerd over die beruchte ijstijden. Drenthe is immers zo plat als een vijg en de immense keien, afkomstig uit de Scandinavische landen, werden meegebracht door de enorme gletsjers die reikten tot in Noord-Nederland. Na het afsmelten van de ijskap bleven de stenen over en daarmee maakte het trechterbekervolk de hunebedden. Ze ontwikkelden hefbomen en technieken om de stenen te plaatsen in twee rijen rechtopstaande stenen met de platte zijde naar binnen. Daarop hezen ze met veel mankracht dekstenen met de platte kant naar onder. De rechthoekige ruimte werd aan beide zijden afgesloten met een steen en in het midden werd een toegangspoort gemaakt met 2 of 4 poortdraagstenen en dekstenen. Het geheel werd bedekt met stenen, zand en graszoden.

Hunebedden

 

Vermits het weer die dag te koud is om te fietsen, bezoeken we een aantal hunebedden met de wagen. We starten onze dag in het Hunebedcentrum in Borger. Naast dit centrum bevindt zich het grootste hunebed D27. Zoals bijna alle hunebedden is het niet meer bedekt met een grasheuvel. In dit centrum kan je enige tijd vertoeven. Er is een museum over deze megalithische graven, een oertijdpark waar je leert over de prehistorische mens en zijn leefwijze en het kenniscentrum waar je alles te weten komt over de ijstijden en de prehistorie. In de keientuin ligt een verzameling van duizenden Drentse zwerfkeien met op een naambordje hun plaats van herkomst. Hier starten verschillende wandel- en fietstochten, ideaal om de hunebedden, zandverstuivingen en bossen te gaan verkennen.

Op onze autoroute komen we hier en daar lukraak enkele hunebedden tegen, maar we zijn op weg naar D 49, de Papeloze kerk in Schoonoord. Dit hunebed is gereconstrueerd in oorspronkelijke staat en is bedekt met graszoden, zoals alle grafkamers oorspronkelijk waren. In de 16de eeuw, tijdens de vervolging van de protestanten, hielden zij hier kerkdiensten in open lucht. Deze stroming binnen het Christendom verzette zich tegen het machtsmisbruik van de clerus binnen de Rooms-Katholieke kerk en hield hier in het geniep kerkdiensten zonder een katholiek priester (= paap).

De wijde natuur in

Door één van de fietspaden te volgen langs de hunebedden, verken je ook het natuurgebied De Hondsrug. Het is een langgerekte zandrug die van Emmen tot Groningen loopt en zijn ontstaan dankt aan de ijstijd. Het ijs vormde het reliëf en liet langwerpige rechte ruggen achter in het landschap en trok er beken en rivieren in. De Hondsrug is één van de hoogste gedeeltes van Drenthe en wordt doorkruist door vele wandel- en fietspaden.

De volgende dag gaan we wandelen op De Hondsrug en nemen hierbij het Drents Boomkroonpad als vertrekpunt. Het boomkroonpad is een toeristische attractie waarbij je via een wenteltrap een 125 meter lang wandelpad tussen de boomkruinen (=kronen) kan bereiken. Het houten pad is niet bevestigd aan de bomen zelf, maar op metalen stellingen en palen. Ons zicht blijft beperkt tot de takken en blaadjes van de kruinen. Niet bepaald een rustig wandelpad vanwaar je vogels of eekhoorns kan observeren. Het is wel een aangename bestemming waar je een leuke dag kan doorbrengen. Aan het einde van het boomkroonpad starten verschillende wandelingen en bij terugkeer kunnen de kinderen er spelen. Een paar nieuwe wandelschoenen en verhalen over kabouters en kaboutervoetjes kunnen onze ukkies motiveren om een 4 kilometer lange wandeling te maken. We volgen de heide en vennenroute. Een korte wandeling die je een beeld geeft van het oude Drentse landschap die start in het bos en overgaat in heidevelden met vennetjes. De kudde schapen die ons pad kruist, zorgt voor een mooie afsluiter van onze kleine wandeling.

Boomkroonpad

 

Daar waar de voorlaatste ijstijd de zwerfstenen meebracht uit de Scandinavische landen, zorgde de laatste ijstijd voor dekzand en veen. Veen is een grondsoort ontstaan in moerassen. Opgedroogd veen wordt turf en was vroeger een belangrijke brandstof. De grond die werd afgegraven voor turfwinning, werd daarna landbouwgrond of werden veenplassen. Op onze voorlaatste vakantiedag gaan we dit veen en de veenplassen eens van dichtbij gaan bekijken. We gaan een fietstocht maken in het Bargerveen. Het Bargerveen is één van de grootste hoogveenreservaten in Nederland. Het maakt deel uit van het grensoverschrijdend natuurpark het Internationaler Naturpark Bourtanger-Moor-Bargerveen. Het park strekt zich 134 km² uit in Duitsland en 26 km² in Zuid-Oost Drenthe.

We rijden met de wagen naar Weiteveen en maken er een fietstocht van een 40-tal kilometer aan de hand van het fietsknooppuntennetwerk. We starten bij knooppunt 58. We fietsen eerst langsheen het Schoonebeekerveld. Bij knooppunt 61 start het Amsterdamsche veld. Dit gebied is grotendeels ontgonnen en het resterende veen is vrij dor en saai om te zien. Verderop volgen we een stuk van de Runderoute langsheen Klazienaveen en Zwartemeer, om bij knooppunt 64 te starten bij de mooiste weg langsheen het Bargerveen. Van knooppunt 64 tot 63 fiets je langs mooi waterrijk gebied en kan je vele vogels, vlinders en libellen spotten. De weg lijkt eindeloos, doch is helemaal niet saai door de pracht van de omgeving.

Getuige van de oorlog

Door onze interesse voor de geschiedenis van de holocaust, staat een bezoek aan Polen reeds lang op ons lijstje met toekomstige vakantiebestemmingen. Met de kinderen zien we een dergelijke bestemming echter niet direct zitten. Wanneer we echter in Drenthe informatie vinden over het kamp Westerbork, is onze interesse direct gewekt. In de informatiebrochure staat duidelijk dat er geen grootse restanten zijn van dit doorgangskamp, doch de geschiedenis wordt heel duidelijk geschetst in het museum in het Herinneringscentrum. Het kampterrein zelf bereik je te voet, per fiets of met de shuttle bus. Na een bezoek aan het museum maken wij de wandeling van 3 kilometer doorheen het bos naar het kamp.

Kamp Westerbork

 

Het kamp werd gebouwd in 1939. Aanvankelijk was het een vluchtelingenkamp voor de Joden die Nazi-Duitsland ontvluchten. De Joodse gemeenschap financierde grotendeels de bouw van dit kamp. De eerste bewoners hielpen mee aan de bouw van het kamp. Het was de bedoeling om op deze geïsoleerde plek gerieflijke barakken te bouwen met de nodige sanitaire voorzieningen en ook een boerderij, school, synagoge e.d. Onder de Duitse bezetting werd het leven in het kamp voor de Joodse vluchtelingen geleidelijk aan bepaald door strenge richtlijnen. Weliswaar afgezonderd van de buitenwereld bleef het leven er vrij humaan. Er was werk, opleiding, sport, theater, ziekenzorg,… Geleidelijk evolueerde het kamp naar een doorgangskamp met prikkeldraadomheining en wachttorens. De SS-militairen zorgden voor de buitenbewaking van het kamp. De orde binnen het kamp werd bewaard door de Joodse kamporganisatie en Nederlandse politie. De Joodse kampstaf had de macht over de medegevangenen door het samenstellen van de transportlijsten. Je nuttig maken in het kamp gaf je de meeste kans om niet op de eerstvolgende lijst te komen. Door dit verdeel-en-heersprincipe waren er weinig nazi’s nodig om de deportaties te organiseren. Men gaf de indruk dat de Joden naar werkkampen gingen in Oost-Europa. De Joden werden er correct behandeld, doch enkel en alleen met als doel om hen snel en geruisloos te deporteren naar Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen.

De monumenten van deze sombere geschiedenis vind je terug op het kampterrein. Aan de ingang van het kamp staat de woning van de kampcommandant. Er is een gerestaureerde wagon waaruit dagelijks de namen van de gedeporteerden weerklinken. Naast de wachttoren staat het nationaal monument van Westerbork met de omhoog gekrulde rails waarop als het ware geschoten is. De 93 bielzen staan voor de 93 transporten en de muur met Drentse keien achteraan, lijkt wel op een stapel schedels. Barak 56 is gedeeltelijk teruggeplaatst, maar het meest van al getuigen de 102.000 stenen op de appelplaats. Ze vormen de kaart van Nederland en staan voor de 102.000 gedeporteerden die niet terugkeerden.

Een van de slachtoffers was Anne Frank. Haar vader Otto één van de 5000 overlevenden. Hun geschiedenis hadden we reeds vernomen op een eerdere citytrip in Amsterdam, in het Anne-Frankmuseum. Dit verhaal wordt ongetwijfeld vervolgd in één van onze volgende reizen.

De goede oude tijd

Na een vrij beladen voormiddag in Westerbork, sluiten we onze laatste vakantiedag af in het pittoreske en ontspannende Orvelte. Orvelte is een autovrij museumdorp dat ons doet denken aan Bokrijk. Het is echter geen recreatiepark, maar een echt monumentendorp, waar normaal geleefd en gewerkt wordt. Al dan niet tegen betaling zijn er verschillende bezienswaardigheden; o.a. een kaasmakerij, winkels, houtzagerij, klompenmakerij, smederij, …

Orvelte

 

Het is een brinkdorp. De oude folkloristische boerderijen zijn er gebouwd rond een open ruimte of brink. De brink is een grasveld waar ’s ochtends en ’s avonds de schapen werden verzameld door de herder om naar de heide te gaan. Het is ook een centrale plaats waar markten werden gehouden. De schapen worden er nog steeds door de herder gehoed. We zijn net te laat. De herder heeft zijn schaapjes al allemaal op het droge. We moeten naar de schaapstal om ze te zien.

Hier eindigt onze midweek in Oost Drenthe. Centerparcs De Huttenheugte te Dalen is een ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan het rijk en gevarieerde landschap van het oostelijk deel van Drenthe. Het landschap bestaat grofweg uit twee grote delen; nl. De Hondsrug en de Hunzevallei. Op De Hondsrug komt de prehistorie terug tot leven in de hunebedden en grafheuvels. In de Hunzevallei gaat het landschap over in het hoogveengebied. Dit alles verken je het best met de fiets, al fietsend van knooppunt naar knooppunt. Om daarna de avond te eindigen op het terras van onze cottage, met zicht op het rustige meer.

Meer informatie
Onze andere ervaring met Drenthe: Gezinsvakantie in Drenthe: leerrijk, levendig, leuk
13 redenen om Drenthe te bezoeken
Ons verblijf in Drenthe: Landal Orveltermarke

Plaats als eerste een reactie