Reisverhaal Argeles Gazost

Het was één van de beste, zoniet de beste fietsvakantie. Niet alleen omdat ik beter reed dan andere jaren, maar ook omdat de Pyreneeën mooier zijn.

Ik heb nu bijna alle belangrijkste cols van in de toer opgereden en kan mij nu best inleven, dat als Armstrong of Ulrich niet wegspringen op een bepaald stuk de reden wel zal zijn dat het gewoon te steil is of dat er nog een fameus stuk volgt en niet altijd omdat ze kapot zitten. Vanuit de zetel is het allemaal zo gemakkelijk.

reisverhaal -cols pyr-

Lourdes als fietsbestemming

Argelès-Gazost is heel toeristisch. Na ons geïnstalleerd te hebben op Camping La Bergerie beginnen we ons af te vragen of onze eerste dag gaat eindigen als een banale kampeeravond. Marc kan zich niet meer houden om toch de fiets uit te halen. We zijn samen aangezet voor een rit van 36 km naar Lourdes Hautacam.

Lourdes Hautacam start vanuit het centrum van Argelès-Gazost. Je kan direct de col aanvatten in plaats van eerst de aanloop te verteren naar de eigenlijke start van de col. De col loopt eerst via verschillende bergdorpjes, om daarna door een bosrijke omgeving te rijden en te eindigen met een open landschap.

De zon geeft enorm veel warmte en de bordjes die iedere kilometer staan opgesteld met de gemiddelde stijgingsgraad van de volgende kilometer geven ook niet direct afkoeling. Ik zie vaak bordjes met 8, 8.5 en 9 zodat we er zeker niet de gemakkelijkste col hebben uitgekozen als start.

Tijdens de rit valt op dat de fauna hier weelderig aanwezig is. Zo komen we niet alleen massa’s marmotten tegen, maar ook wilde paarden lopen er vrij rond.  Boven gekomen en vastgesteld dat er daar boven werkelijk niets te zien is. Zelfs geen kapelletje.

De Pyreneeën in plaats van de Alpen

Op onze eerste fietsdag vatten we de tocht aan naar Col de Soulor en Col d’Aubisque. Reeds vanaf de camping moet er geklommen worden, vaak met stukken tot 10% gemiddeld zodat deze rit niet mag onderschat worden.

Argelès-Gazost ligt slechts op 400 m hoogte, zodat je voor iedere klim reeds stevig opgewarmd bent. We hebben bij de start afgesproken dat ik tot aan de top van de Aubisque zou rijden en dan zou terugkeren. Marc gaat nog eens afdalen langs de andere kant.

Ik heb de klim goed verteerd. Enkel de laatste 4 km zijn steil. Het is er wel gevaarlijk door de afgrond naast u. Er zijn maar weinig veiligheidsmaatregelen genomen, zodat bij de afdaling extra dient opgelet te worden wil je niet 200 m dieper uitkomen.

Het is vandaag al de tweede dag dat alles gesmeerd gaat en zelfs mijn gemiddelde snelheden beginnen op iets te trekken. Ik had op de top van de Aubisque 11 km/u gemiddeld, zodat ik gewoon wist dat het beter ging worden dan andere jaren.

Hoewel de Pyreneeën steiler zijn dan de Alpen heb ik tot nu toe nog maar weinig moeilijkheden gekend. Nadat ik op de top nog iets gedronken heb en intussen in razendsnel tempo de hemel zie sluiten, kruip ik terug op de fiets richting camping. Ik heb het niet droog gehaald.

Nadat later ook Marc bekomen was van zijn rit, zijn we nog naar Lourdes gereden. Via een oude spoorweg kan je op een nagenoeg vlakke weg tot in Lourdes rijden. Wat een commercieel gedoe. We geraken met onze fiets niet tot aan de grotten en in het centrum is het gewoon één opeenvolging van winkeltjes met Mariabeelden en wijwater.

De Tourmalet van zijn steilste kant

De Col du Tourmalet rijden we op langs de achterkant, zoals de wielrenners dat doen. Dit is wel de steilste kant, maar ik heb er alle vertrouwen in.

Ik kan bij Marc blijven tot aan de voet van de Col en nadat we nog even wat gedronken hebben, zijn we ieder voor zich begonnen aan één van de zwaarste cols van Frankrijk. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 8% en in de laatste 7 kilometers gemiddelden van 9, 9.5 en zelfs 10% is dit toch wel een mooie klim om op uw palmares te zetten.

De klim is het steilst vanaf de tunnels voordat men La Mongie binnenrijdt. Ook door La Mongie blijft het klimmen. Dat is wellicht ook de verklaring waarom de meeste renners hier niet meer kunnen wegspringen.

Ik kom uiteindelijk moe maar voldaan boven. Hoewel de klim steil is kun je toch genieten van het landschap. Ik zie terug gans de fauna van de streek passeren en dacht zelfs even dat ik aan het ijlen was van de hoogte toen ik een kudde lama’s zag. Blijkbaar een boer die hier een fokkerij opgezet heeft. Doordat alles hier vrij rondloopt is het meer opletten voor koeiendrek dan voor aanstormende auto’s.

Alpe d’Huez zal misschien meer tot de verbeelding spreken, maar deze col is langer en even steil. Het is moeilijk te bepalen welke meer uitstraling heeft. De Pyreneeën zijn duidelijk steiler, maar het gaat goed en het lijkt één van mijn beste fietsvakanties te worden.

Breken in de afdaling

Vandaag gaan we naar Cirque de Gavarnie rijden en eventueel nog de Col de Tentes meepikken. Om de klim naar Gavarnie te starten, moeten we eerst naar Luz Saint Sauveur rijden. We moeten een hoogteverschil van 300 m overbruggen vanuit de camping.

De klim zelf is prachtig, nooit echt steil en je rijdt steeds tussen 2 bergflanken. Op een gegeven moment moet ik zelfs even spurten voor neervallende stenen. We klimmen naar Cirque de Gavarnie. Je kan ook afslaan voor de Cirque de Troumouse, maar vandaar kun je niet verder klimmen op de Col de Tentes.

We bewonderen de Cirque de Gavarnie, een halfcirkelvormige bergketen van 3248 m hoog. Daarna zijn we verder geklommen op de Col de Tentes. We hebben in diverse reisverslagen gelezen dat de klim moordend zwaar is. Geen hoopvolle berichten om mee te starten, maar we wagen het erop.

Algauw blijkt dat de start inderdaad niet om mee te lachen is en daar zal het 10% stijgingspercentage wel mee te maken hebben. Eens de eerste 5 km voorbij zijn, kom ik in het goede ritme en fiets ik werkelijk door een pracht van een landschap. Marc is uiteraard eerst boven en gezien de temperatuur duikt hij onmiddellijk terug naar beneden. Ik zie hem in de afdaling mij nog voorbij vliegen en toeroepen waar de eindstreep ligt. Het eindpunt is de moeite. Ik ben omringd door een muur van besneeuwde bergen en zie enkele bergbeklimmers de berg verder trotseren.

Marc heeft in Gavarnie op mij gewacht en samen dalen we af. De afdaling is een lange baan waarop je normaal gezien niet kunt lossen. En toch gebeurt het. Breken in de afdaling. Ik had net 52 km aan één stuk geklommen en moest nu in de afdaling buigen. Het is raar om te voelen hoe de motor uitgaat in een afdaling. Meestal overkomt mij zoiets tijdens het klimmen. Afdalen en moeten bijsteken omdat je de juiste positie en de vlotheid om af te dalen niet meer vindt, is een raar gevoel.

Afzien voor niks

Vandaag maken we de laatste grote rit en we besluiten naar Luz Ardiden te rijden. Terug naar Luz Saint Sauveur om daar dan de afslag Luz Ardiden te nemen. In de Alpen slik je voor een bordje met 6 % en hier ben je al blij als je er eentje tegenkomt. Het heeft ons echter niet tegengehouden om deze klim tot een goed einde te brengen.

Hoewel de klim weer eens een ander landschap laat zien, kan hij mij niet echt overtuigen. Hij is steil, lang en eigenlijk niet echt schoon. Daar komt nog bij dat de zon intussen verdwenen is en dat de hemel steeds donkerder wordt. Ik kom tijdens de klim geen enkel diertje tegen en ook het aantal andere wielertoeristen is schaars. Eenmaal boven constateer ik dat er gewoon niets is. Enkel een skilift breekt het landschap.

Ik keer verkleumd van de afdaling terug richting camping. Marc is nog naar Cauterets gereden, maar voor mij is het nu wel voldoende. Vandaag heb ik terug meer dan 70 km gereden en in totaal hebben we er al meer dan 400 km opzitten. De benen verlangen achter een goede massage.

Col de Couraduque op de valreep

Marc had de dag ervoor gezegd dat als het regende hij niet meer ging rijden en ging opkramen. Toen ik de tent opentrok, stond hij echter al klaar om de Col du Couraduque te beklimmen.

Het is een klim van 8% gemiddeld die start in Aucun. Je moet eerst klimmen naar 847 m hoogte, aan af en toe 10 % alvorens de col te kunnen aanvatten. Zonder eten en drinken ben ik op mijn fiets gesprongen en maar beginnen rijden. De automatische piloot aangezet en maar blijven klimmen. Het was intussen gestopt met regenen en de zon kwam zelfs eens loeren.

De col zelf is steil en zeer verlaten. Hij is mooi en je ziet al van ver waar je naartoe moet. Op de terugweg nog een laatste keer zigzaggen tussen een kudde schapen. Dit is een mooie afsluiter van een prachtige vakantie.

Plaats als eerste een reactie