Reisverhaal Normandie

We hebben voor deze korte kampeervakantie Normandië uitgekozen omdat het niet alleen bekend staat omwille van de Mont Saint Michel, cider, calvados en de kalkrotsen bij Etretat, maar vooral ook om onze grote onwetendheid over de oorlog aan te vullen. Hier is immers geschiedenis geschreven in 1944, meer bepaald op 6 juni, D-day.

 

Een steeds maar voller geladen auto met enkele nieuwe kampeerspullen bracht ons in iets minder dan 6 uur naar het hartje van Normandië. We nemen onderweg even de tijd om de indrukwekkende brug, Le Pont de Normandie, te aanschouwen en gaan dan op weg naar Vierville sur Mer.

De camping Omaha Beach biedt zicht op de zee, maar zorgt ook wel voor een gevecht met de wind om onze tent overeind te krijgen. We hadden voor deze korte kampeervakantie Normandië uitgekozen omdat het niet alleen bekend staat omwille van de lekkernijen camembert, cider en calvados, maar vooral ook omwille van zijn openluchtmuseum over wereldoorlog II. Hier is immers geschiedenis geschreven in 1944, die voor veel mensen bekend staat als D-day.

 

 

 

Le pont de Normandie

Om onze bestemming Vierville sur Mer te bereiken, moeten we één van de belangrijkste bruggen over van Frankrijk, nl. Le Pont de Normandie.

Deze brug overspant de monding van de Seine, iets ten zuiden van Le Havre. De 856 meter lange brug, geopend in 1995, was gedurende vier jaar de langste hangbrug ter wereld. Voor ons reden genoeg om er een korte stop te houden en naast enkele foto’s een paar stapjes te zetten op deze kolos.

Vierville sur Mer is voor velen bekend als Omaha Beach. We kiezen er voor om onze tent op te slaan op camping Omaha Beach. De camping ligt wat op een rots en van op veel plaatsen kijk je uit op het strand. Er is ook een stijl pad waarlangs je de rots kan afdalen naar het strand. Het strand is er wel één van keien. Enkel bij eb trekt de zee zich zeer ver terug en kan je op het natte strand wandelen.

Op het moment dat wij aankomen staat er een verschrikkelijke wind, waardoor we genoodzaakt zijn een plaatsje te zoeken achter één van de hagen. Het opzetten van de tent vraagt heel wat inspanningen en bij momenten lijkt het erop dat ook wij hier op dit strand een ware oorlog moeten voeren met de wind. Pas heel laat valt alles wat in zijn plooi en de geplande rust aan de BBQ mondt eigenlijk uit in een veldslag om alles bij elkaar te houden.

Typisch Normandie

Bij dageraad was de storm nog steeds niet gaan liggen en hoewel de zon al zeer vroeg zorgt voor de nodige warmte, is het pas op de middag rustig geworden. Voor ons het teken om de fietsen uit te halen en via diverse kleine dorpjes Normandië beter te leren kennen.

Er is de rust en de prachtige natuur die ons gehijg en gepuf opnemen, want vlakke wegen kom je hier niet tegen. Wanneer de zweetdruppels zich massaal beginnen te vormen, komt er redding. We bereiken Colleville sur Mer; een dorpje bekent voor zijn Amerikaanse begraafplaats.

De begraafplaats is 70 ha groot en is één van de veertien permanente Amerikaanse begraafplaatsen van de Tweede Wereldoorlog op vreemde bodem. Aan de westkant is een grote reflecterende vijver, twee vlaggenstokken waaraan de Amerikaanse vlag wappert, de grafstenen en een kapel.

Het gedenkteken is een halfcirkelvormige zuilengalerij. Je vindt er landkaarten en een 7 meter hoog bronzen beeld in het midden. De tuin van de vermisten bevindt zich achter het gedenkteken. Op de begraafplaats liggen de stoffelijke resten van 9.387 mannen en vrouwen, waarvan er 307 niet meer geïdentificeerd konden van worden. Een Davidster siert de graven van degene die het Joodse geloof beleden en een Latijns kruis voor de christenen. De grafstenen staan perfect symmetrisch en in perfecte rijen. Ze zijn van wit marmer en vlekkeloos onderhouden. Het gras is gemillimeterd en schijnbaar zachter dan elders.

Maar waar je adem vooral van stokt, is het prachtige uitzicht van deze begraafplaats op de kust en de zee, de plaats waar deze jonge mannen het leven hebben verloren. Indrukwekkend!

De restanten van D-Day

Pointe du Hoc is een locatie op een klip langs de Normandische kust in Noord-Frankrijk. De rots bevindt zich tussen Omaha Beach en Utah Beach. Beneden is er een smal keistrand van een tiental meter breed, daarna steekt Pointe du Hoc 30 meter boven de zee uit.

Het is mogelijk Pointe du Hoc gratis te bezoeken. Het terrein is na 60 jaar nog steeds als een maanlandschap bezaaid met diepe kraters. Tussen deze kraters, die zijn veroorzaakt door beschietingen van de geallieerden, liggen nog kapot geschoten Duitse bunkers. Er is een gedenkteken en museum opgericht, gewijd aan de bloedige slag die er heeft plaatsgevonden.

Daarna gaat het met de wagen verder naar het vissersdorpje Grandcamp Masy. De storm heeft er aardig huisgehouden. Zand en zeewier komen je tegemoet in de straten. We reizen door naar La Cambe.

Hier bezoeken we een Duits kerkhof. Voor deze Duitse slachtoffers geen uitzicht op de kust en zee. La Cambe was origineel een gecombineerde begraafplaats voor Amerikaanse en Duitse doden. In 1947 werden de Amerikaanse soldaten gerepatrieerd of herbegraven te St-Laurent. Het jaar daarop brachten Britse en Franse Oorlogsgraf organisaties Duitse doden naar La Cambe en de andere vijf begraafplaatsen.

Deze begraafplaats is een stuk soberder. De kruisvormige grafplaten steken in de grond en reiken niet veel hoger dan het gras. Hier en daar staan groepjes kruisen, eenvoudig en sereen.

Le Mont Saint Michel

Vergezeld van een tropische warmte gaan we één van de meest toeristische monumenten in Frankrijk gaan bezoeken: de Mont Saint Michel. Na een rit die langer duurt dan gepland, bereiken we plots een rotsberg midden in zee. Op de dag van vandaag trekt de heuvel nog altijd een heleboel bezoekers aan, niet minder dan 500.000 per jaar wringen zich door dat ene smalle straatje naar boven toe.

De zee trekt zich ongeveer 10 kilometer terug, als verschil tussen eb en vloed. Maar bij springtij (36-48 uur na de volle maan) is het verschil tussen eb en vloed 30 kilometer (in totaal 15 meter hoogteverschil) en kan een galoperend paard zelfs het opkomende tij niet volgen.

Via een houten voetgangersbrug komen we de stad binnen (Porte de l’avancée). Waar nu de dienst voor toerisme ligt, was het vroegere “huisje van de burgerwacht”. Aan de linkerzijde zien we een heel populair restaurant: La Mère Poulard. Dan komen we in de “Grand rue”, de enige straat op de heuvel. Het is er zeer smal en volgebouwd met huisjes uit de 15e en 16e eeuw, die nu allemaal winkeltjes zijn en toeristen trachten te lokken.

Daarna komen we voorbij een tweede en een derde poort, die de Porte du Roi wordt genoemd. Hier lag een kleine troepeneenheid om aan te tonen dat de Franse koning rechten had op de heuvel. De verdieping erboven (Logis du Roi) is nu het gemeentehuis. Nu zien we aan de linkerzijde de parochiekerk met de zilveren aartsengel St.-Michaël. In een harnas gekleed en gekroond vertrapt hij de draak, die Satan voorstelt. Want Michaël was vooral belangrijk voor de kerstening, dus de verdrijving van de duivel uit de mensen, om ze zo te bekeren.

Tenslotte komen we door een poort in de “Salles des Gardes” en vandaar in de “Aumônerie”, een grote zaal uit de beginjaren van de 13e eeuw, waar eens de pelgrims werden opgevangen. In deze zaal kopen we onze entreebiljetten voor de abdij. Vervolgens brengen we nog een bezoek aan de abdijtuinen, van waaruit je het prachtigste zicht krijgt op de zee.

Enkele kilometers verwijderd van de Mont Saint Michel bevinden zich Les Jardins des Plants. Deze tuinen zelf stellen niet veel voor, maar het is wel de plaats waar je het mooiste uitzicht hebt op de Mont Saint Michel.

 

Strand en cultuur

Etretat is beroemd om de Falaise d’Almont en de Falaise d’Alval. Door de golven zijn in de loop van de eeuwen fraaie poorten in de krijtrotsen uitgesleten. Om er te geraken dienen we een groot stuk terug te rijden tot voorbij Le Havre.

Het weer is gewoonweg schitterend vandaag en dat is ideaal voor onze plannen. Je kunt immers zowel links als rechts aan het strand van Etretat kilometers ver wandelen. Je loopt hoog boven de zee op de kliffen en je hebt steeds een prachtig zicht op de zee. Tijdens het wandelen vraagt er vaak eens een Jan-van-gent of een meeuw om onze aandacht. Nadat we enkele uren flink gewandeld hebben, zakken we in het stranddorpje af en zoeken onze toevlucht tot wat verfrissing.

Eenmaal bekomen, rijden we terug en stoppen in Bayeux. Bayeux is een oud stadje, vooral bekend van het wandtapijt van Bayeux. Dit 70 meter lange tapijt beeldt de strijd bij Hastings uit tussen Willem de Verovenaar en Harold van Engeland in 1066 en wat daaraan voorafging. Verder is Bayeux als enige stad in Normandië gevrijwaard van verwoestingen tijdens de 2e wereldoorlog.

We zakken af langs Port en Bessin, een gezellige vissershaven met lekkere en gezellige restaurantjes.

Over vuurtorens en fietsen

Nez de Jobourg en cap de la Hague liggen aan het uiterst westelijke punt van Normandië. Ongeveer 30 km ten westen van Cherbourg en net voorbij het kerncentralecomplex van Cogema. We hadden de fiets meegenomen en snel wordt duidelijk dat het daar heuvelachtig is en dat het doortrappen is op de fiets.

We fietsen klif op en af, passeren de ene romantische baai na de andere. Veerle maakt hier haar filmdebuut. Ze slaagt erin om een sportieveling, die met parachute van de kliffen springt, te volgen met de camera tot deze veilig landt op het strand. Na flink bergop en bergaf te fietsen naderen we nu de kaap; het uiterste puntje van het schiereiland Cotentin.

Op de terugweg van Nez de Jobourg verkennen we Utah Beach. Utah beach was het meest westelijke landingsstrand. Hier was voor de troepen een belangrijke taak weggelegd. Ten eerste moest er een vluchtsector worden gerealiseerd voor mochten één of meerdere landingen in een andere sector mislukken. En tevens moest er een weg worden gebaand naar Cherbourg. Om de troepen te bevoorraden was een diepe haven noodzakelijk. En die was voorhanden in Cherbourg. De landing verliep relatief goed. Op dit strand vielen de minste doden.

Achter de landingsstranden van Utah Beach vind je een restaurantje annex internetcafé “Le Roosevelt”. Het lijkt op het eerste gezicht een onopvallend gebouwtje, doch tijdens de oorlog werd het gebruikt door de Duitsers als hoofdcommunicatiecentrum in de regio. Na verovering door de geallieerden namen zij het in gebruik. De ruimte is nog zoveel mogelijk in takt gelaten en uitgebreid met allerlei spullen uit die tijd. Ook staan de wanden vol met handtekeningen en teksten die toen en later door strijders op de muur zijn gezet. Verder is er nog een museum en wat oude oorlogsmaterialen die even onze aandacht krijgen.

 

 

Plaats als eerste een reactie