India

indiaSwagatam, welkom in India. Vermits India geen Thailand boeken we deze keer een reisformule waarbij de guesthouses en de transporten naar de verschillende steden werden geregeld en we voor de rest absolute vrijheid hadden om het land te gaan verkennen. We doorkruisen de regio Rajasthan in Noord-India.

 

De vlucht wordt verzorgd door Uzbekistan Airways en brengt ons in Amritsar. Er is een tussenstop in Tashkent. We kunnen vaststellen dat er nog niet overal dezelfde veiligheidsmaatregelen en informaticasystemen zijn als elders in de wereld. In Amritsar baant de chauffeur zich een weg tussen de koeien en de mensen. We hebben ogen tekort om al deze nieuwe indrukken in ons op te nemen.

Bij aankomst viel al op hoe chaotisch het straatbeeld er wel is. Onze chauffeur baant zich een weg tussen de heilige koeien, olifanten, riksja’s, mensen en andere obstakels. We starten in de thuishaven van de Sikhs, herdenken Mahatma Gandhi, drinken thee bij een lokale familie en snorren met riksja, huifkar en tuktuks doorheen de levendige straten. Ik zie voor het eerst alleen mijn eenzame voetsporen in het woestijnzand. We maken er een kamelentocht en, gewikkeld in een muskietennet en beschermd door de kamelen die ons omringen, vallen we die nacht in slaap. Het is een reis van 101 herinneringen, met de Taj Mahal en de bijzondere sfeer in Varanasi aan de Ganges, die voor altijd in mijn geheugen zijn gegrift. Het is ook een land van tegenstellingen; we bekijken er een Bollywoodfilm in een luxueuze bioscoopzaal en worden er geshockeerd door de oneerlijkheid van het kastesysteem.

 

De thuishaven van de Sikhs

De Golden Temple is hun heiligste pronkstuk en deze staat centraal in het oude deel van Amritsar. We nemen er de risjka naar toe. Voor we naar binnen gaan moeten we onze schoenen en sokken uitdoen en ons hoofd bedekken. Daarna lopen we door een warme watergoot naar binnen. Een van de Sikhs-bewakers vertelt trots over de geheel door water omringde gouden tempel die het midden vormt van het grote complex.

Er kunnen zo’n 35.000 pelgrims gratis onderdak vinden en er is voor iedereen die het wil 24 uur per dag gratis eten beschikbaar. Nadat we onze ogen de kost hebben gegeven en we uiteindelijk niet in de gouden tempel zelf binnengeraken vanwege de urenlange wachttijd, besluiten we terug te keren naar het centrum. Dit keer met huifkar en paard.

,Amritsar is de hoofdstad van de provincie Punjab en de thuishaven van de Sikhs. De Sikhs zijn mannen met lange haren die schuil gaan onder hun kenmerkende tulband. De Sikhs mogen het hoofdhaar niet afknippen. Ze draaien het op een knot onder hun kleurrijke tulband.

Old versus New Delhi

De trein naar Delhi is luxueus. We zitten in een airco gekoelde wagon en er wordt eten en drank voorzien. Aangezien het nog steeds niet zo goed botert tussen de Sikhs en de Indiërs, bewaken soldaten met grote geweren de trein.,
Acht uur later komen we aan in Delhi waar we met verschillende tuktuks naar ons hotel worden gevoerd. Het hotel heeft ronde bedden, wat zorgt voor een speciale evaring. Filip, Charlotte, Iris en ik huren samen een tuktuk en we laten ons voeren naar de belangrijkste bezienswaardigheden. Het valt op hoe chaotisch het straatbeeld is. We zien een olifant, honderden fietsers, toeterende risjka’s, bedelaars, twee heilige koeien die midden op de weg liggen te rusten.

Delhi bestaat uit een oud en nieuw gedeelte. Het nieuwe gedeelte is ontworpen door een Engelse architect toen India een Engelse kolonie was. Het was toen en is nu nog altijd de hoofdstad. Het oude gedeelte staat in fel contrast met het nieuwe. In Old Delhi kan je verdwalen in zijn nauwe, kleurrijke, oriëntaalse straatjes met tempels en moskeeën. New Delhi is een moderne stad met lange, brede, rechte straten, paviljoens en parken. Het is er een stuk minder levendig.

We verblijven er twee dagen en bezoeken er o.a. Het Rode Fort en Jama Masjid, de grootste moskee van India. Chandni Chowk is een grote bazaar waar je het chaotische, kleurrijke leven van India vindt. In New Delhi is het bekende Connaught Place een goede plek om te winkelen en te eten. Qutab Minar is een schitterende 73 meter hoge toren van de overwinning. Raj Ghat, de plek waar Mahatma Gandhi is gecremeerd, wordt nog steeds druk bezocht om hem te herdenken. Onze chauffeur bracht ons ook nog naar de Lotus Temple en de Tuinen van Lodi.

Op het einde van de tweede dag doet onze taxichauffeur ons een voorstel waar we heel graag op ingaan, maar dat we zelf helemaal niet hadden durven vragen. Hij nodigt ons uit om thee te drinken bij zijn familie. Door een wirwar van kleine straatjes en armtierige huisjes komen we bij zijn woonst aan. Het is een huisje van een paar vierkante meter hoog en breed waar ze met zeven mensen leven; zijn zus en haar man, hijzelf en 4 kinderen. Hij is als taxichauffeur de ‘grootverdiener’ van de familie. Na twee dagen onze chauffeur te zijn geweest, nemen we afscheid van hem en zijn familie.

Op bezoek bij de locals in Nawalgarh

Vandaag reizen we in 7 uur naar Nawalgarh in Shekhawati, een gebied in het westen van Rajasthan, dat bekend staat om zijn prachtige met fresco’s beschilderde huizen en kleurrijke bevolking.,
We logeren in een biologische farm: nl. Apani Dhani. Het hotel bestaat uit prachtige, traditionele hutten met strooien daken. Het is een ecologisch verantwoord pension met een voortreffelijke Indische keuken, bereid uit zelfgekweekte producten. Hoewel het allemaal wel prachtig is, heb ik toch zoiets van dat dit niet voor en van de gemiddelde Indiër afkomstig is. We eten er lekker en trekken daarna de stad in.

We laten ons scheren in één van de kleine kapperszaakjes en al vlug trekken we de nodige kijklustigen aan. We lijken wel een echte attractie. Vervolgens komen we op ons pad een school tegen. Een leraar van één van de klasjes ziet ons en roept ons zijn klas binnen en vraagt ons even over ons land te spreken. Voor ons zitten een 50-tal leerlingen, allemaal in dezelfde pakjes, hun best te doen om ons Engels te verstaan. Daarna krijgen we nog een rondleiding van de directeur in de school en geeft hij ons tips over de beste plaatsjes in de stad.

We gaan op zoek naar één van de vele haveli’s die de schooldirecteur heeft aanbevolen en we gaan ook nog op bezoek bij een Indische familie. De mensen nodigen je vlug uit en voelen zich ook vereerd als toeristen belangstelling tonen.

De volgende dag blijven we nog tot de middag in Nawalgarth. We huren een fiets en vermits het geen gezicht is dat ik mijn broek heb gescheurd aan één van de ijzers van het zadel, ga ik op de markt een nieuwe broek kopen.

Verder proeven we nog wat vers geperst rietsuiker en gaan we langs bij één of andere saddhi. Hij leeft afgezonderd samen met een aantal dieren en het is er aan te zien en te ruiken. Wat een stankboel. We luisteren naar zijn verkondigingen, maar hechten er niet veel waarde aan.

Blootvoets tussen de ratten

We zien kamelen die karren trekken door de smalle straten. De buschauffeurs moeten hier zeer alert zijn. Werkelijk alles passeert zijn baan; Olifanten, kamelen, geiten,koeien,…

We logeren even buiten het centrum en ook hier doet de gastheer zeer goed zijn best om het ons naar onze zin te maken. Hij wil wellicht vermijden dat eventueel misnoegen bij de toeristen ervoor zou zorgen dat de reisorganisatie zijn pension niet meer zou uitkiezen. Als iedereen zijn kamer heeft gekregen, nemen we nog een maaltijd op het dakterras met prachtig uitzicht over de stad.

Na een prachtig ontbijt op het dakterras vertrekken we voor 2 uitstappen. Eerst bezoeken we het Junagarh Fort. Je komt er via een lange bazaarstraat. De fortmuur van bijna een kilometer lengte telt maar liefst 37 bastions en heeft twee poorten. Binnen de muur liggen mooi gerestaureerde paviljoens en tempels.

Daarna spelen we de held en gaan we met een jeep naar het nabijgelegen Deshnoke voor iets heel bijzonders, nl. de rattentempel Karni Mata. Volgens een plaatselijke legende zijn ratten heilig en deze dieren worden hier letterlijk aanbeden. Blootsvoets moet je naar binnen en dan sta je te midden van duizenden ratten die om je heen woelen.

Eentje is er speciaal, namelijk een witte rat. Volgens de legende zou ze maar af en toe zichtbaar zijn en als je ze ziet mag je een wens doen. Wanneer we op een bepaald moment twee witte ratten zien, wordt het natuurlijk een probleem. We doen dan maar twee wensen en laten het voor de rest zoals het is.

Eenmaal terug buiten moeten we toch even bekomen en dat doen we met wat Indische Whisky. Vlakbij was een drankstandje en we slaan er een kleine voorraad in voor de volgende dagen. Kwestie van af en toe eens de keel te kunnen smeren.

‘s Avonds gaan we allemaal samen eten in het Lalgarth Palace Hotel. Ooit is dit een paleis geweest van één of andere maharadja, maar nu doet het dienst als luxerestaurant en hotel. De service is prima en de avond wordt opgefleurd met plaatselijke muzikanten.

Bikaner is een ommuurde stad gelegen op een oude karavaanroute naar Centraal-Azië. Indrukwekkende forten, paleizen en openbare gebouwen zijn versierd met beeldhouwwerk in rozerode zandsteen. Heel karakteristiek voor deze omgeving.

Overnachten in de woestijn

Vandaag reizen we door de woestijn naar Jaisalmer. Halverwege de rit nemen we een rustpauze in één van de weinige nederzettingen die we tegenkomen. Er is op een paar tenten na en wat inwoners niets te zien of te bekennen. Als we hen vragen achter wat drinken, loodst er ons één mee naar één van de achterste tenten en haalt uit een frigo flesjes cola. Van een verrassing gesproken.,
Net voor we aankomen in Jaisalmer stoppen we nog aan de Koninklijke Cenotafen van de Rawals in Barra Bagh. De overleden heersers werden hier gecremeerd. De meest recente cenotafen zijn ook de eenvoudigste.

Jaisalmer ligt ver van alles. De zware reis er naartoe is echter wel de moeite waard, want dit is de best bewaarde middeleeuwse stad van India. Het was een belangrijke karavanserai op de kamelenroute naar West-Azië. De adel en rijken bouwden hier prachtige landhuizen of haveli’s. We bezichtigen de prachtig bewerkte gevels en het fort, en slenteren in de nauwe, kronkelende straatjes.

Tot slot van deze culturele dag trekken we naar de zuidoostkant van de stad waar het Gadi Sagar ligt. Dit is het meer dat de stad van water voorziet.

Terug aan het guesthouse heeft een deel van de groep beslist om een kamelentocht te doen en te overnachten in de woestijn. We zijn ‘s avonds nog vertrokken en nadat we er een tocht van een paar uur hebben opzitten, hebben we onze ‘tenten’ opgeslagen in de woestijn. Er waren matrassen en dekens voorzien en de kamelen worden als bescherming tegen de wind rond ons gelegd.

De BBQ spijst onze hongerige magen. Er wordt gezongen en gedanst. De zonsondergang in de woestijn is fenomenaal. Speciaal is ook het zien van enkel en alleen je eigen voetstappen in de woestijn. Afgezonderd van de rest van de wereld.

Bij dagenraad trekken we terug met de kamelen naar Jaisalmer. Ik maak er nog een rustige dag van, slenter wat rond en leer ook lassies drinken. Dit is een soort drinkbare fruityoghurt. Na de middag trekken we richting Jodhpur.

 

De poort tot de Tharwoestijn – Jodhpur

Na deze bezienswaardigheid trek ik de stad in. In de trotter wordt melding gemaakt van een cafeetje; Shri Mishrilal en dat wil ik bezoeken. Ze verkopen er speciale lassies en die wil ik uitproberen. Het betreft een lassie die dik, romig en met saffraansmaak is.

Jodhpur is ook de naam voor de pofbroek met nauwsluitende pijpen om de kuiten. Toch komen we deze broek niet tegen in het straatleven van India. Wel de sari. Het is een luchtig, zwierig en sierlijk kledingstuk dat door de vrouwen wordt gedragen. Ze passen bij elk figuur en hebben talrijke felle kleuren en patronen. Het is niet meer dan een eenvoudige rechthoekige lap stof die eerst om het middel wordt geslagen en het andere uiteinde wordt over de linker schouder gedrapeerd en gefixeerd met een broche.

Ook ik koop de plaatselijke kledij om aan te trekken. Geen sari natuurlijk, maar luchtige, wijde lange broeken en hemden. Na mijn fietsavontuur blijkt dat ze niet erg stevig zijn, maar in een dergelijke hitte en stofferige omgeving zijn ze aangenaam om te dragen. Ze kosten bovendien geen geld, dus eenmaal vuil gaan ze gewoon de vuilbak in.

,Jodhpur is ook een ommuurde stad midden in de woestijn. Het telt vele paleizen, forten en tempels.We bezoeken het Mehrangarh fort en vandaar begrijpen we waarom deze stad de bijnaam blauwe stad heeft. Het fort torent boven de stad uit. Vanuit het fort zien we pas goed hoe de stad wordt opgefrist door de lavendelblauwe kleur van de meeste huizen.

 

 

De roze stad – Jaipur

Op de nachttrein naar Jaipur slapen we in couchettes van zes en ik lig op de bovenste plank. Helaas heb ik hier geen ervaring mee, want naast het feit dat het er het warmst is, heb je ook nog eens al het ongedierte dat zich bij de lampen bevindt. Nu ja, ik ga hoe dan ook toch niet veel slapen, zelfs al patrouilleren er continu 2 gewapende mannen van het leger per wagon.,
Telkens als de trein vertraagt of stopt, houden zij massa’s bedelende mensen en kinderen aan de tralies van de ramen weg. ‘s Morgens komen we aan in de roze stad, de hoofdstad van de kleurrijke deelstaat Rajasthan.

De stad telt vele forten en paleizen, maar één van de mooiste is de Hawa Mahal, het Paleis der Winden. Zijn naam heeft het gekregen doordat de wind door het gebouw blaast en zo voor de nodige verkoeling zorgt. Vermits het vlakbij is, gaan we te voet. Doch dat is niet altijd gemakkelijk in India. Als arm zijn in India geen schande is, lopen is het wel. Van zodra je als toerist drie stappen op je eigen benen zet, word je omsingeld door fiets- en autoriksja’ s die je bijna hun voertuig insleuren. Het is vreselijk. De jongens bedoelen het goed, maar je kunt alleen maar door, langs of over hen heenkijken en hen opzij duwen als ze je pad blokkeren.

Het Windpaleis is een gevel opgebouwd uit rozerode zandsteen met daarin honderden ramen, vele balkons en nissen. Achter deze gevel bevinden zich geen kamers, maar enkel een brede gang. Het was de woonst van de haremvrouwen van de Maharadja van Rajasthan en vanachter deze gevel konden deze vrouwen zien wat er op straat gebeurde, zonder zelf gezien te worden.

We trekken verder richting het Observatorium, Jantar Mantar, waar zich de meest nauwkeurige zonnewijzer van de wereld bevindt. Het City Palace is een opeenvolging van binnenpleintjes en kleine paleizen. We kunnen maar in enkele plaatsen van dit gigantische gebouw binnen. Een deel van het paleis is namelijk nog steeds bewoond door de maharadja van Jaipur.

Wat Hollywood is voor Amerika, is Bollywood voor India. ‘s Avonds bezoeken we de mooiste bioscoop van India. Er is slechts één zaal, maar alleen al voor de ingang zou je komen. De grote luxe werkt verbluffend en is onvoorstelbaar voor India. De filmzaal zelf is gigantisch, de kwaliteit van het beeld en geluid is uitmuntend. Het filmthema is zoals meestal een liefdesverhaal tussen een rijke jongen en een arm meisje. Het verhaal wordt afgewisseld met heel veel muziek en dans. Voor de kenners: de film was Hamara Dil Aapke Paas hai met Miss Universe in de hoofdrol.

We verblijven ook nog de volgende dag in Jaipur en bezoeken nog enkele paleizen. Per olifant bereiken we het Amber Palace. Deze buitengewone vestiging ligt op een rots en wordt omgeven door een lange, dikke muur van 9 km die zich golvend over de heuvels uitspreidt. Vervolgens trekken we te voet verder naar het Jaigarthfort. Het is een flinke wandeling, doch het is de moeite waard. Het is een heel imponerend fort. In de 11 de eeuw als verdedigingswerk gebouwd en daarna werd het steeds verder uitgebouwd. Op de terugweg laten we ons afzetten aan het Rambagh Palace Hotel. Het is een heel sjiek hotel in koloniale stijl, doch met voor ons noch net betaalbare prijzen. Ik bestel er een croque en een chocolademilkshake en dat smaakte.

 

 

 

 

 

 

Toonbeeld van echtelijke trouw in Agra

 

Onze tocht naar Agra gaat deze keer niet met de trein of de bus, maar met Indiaas beroemdste auto de ambassador. We maken een tussenstop in Fatehpur Sikri. Deze spookstad werd waarschijnlijk verlaten omwille van problemen met de waterbevoorrading.,

Agra is wereldberoemd door de Taj Mahal en terecht. We bezoeken de Taj Mahal bij zonsopgang. De oprichter van dit wereldwonder bouwde dit praalgraf voor zijn vrouw die gestorven is in het kraambed. Het symmetrische gebouw is opgetrokken in wit marmer en is een combinatie van islamitische en hindoe architectuur. De Taj Mahal is één van de bezienswaardigheden die me nog het langst zal bijblijven na deze reis.

Het Agra Fort is eveneens in de Indiase moslimstijl gebouwd. Na een bezoek aan dit fort keren we terug naar ons guesthouse. We installeren ons op het dakterras vanwaar we voor het laatst de Taj Mahal aanschouwen. Straks vertrekt de nachttrein richting Varanasi.

 

 

Chicken tandoori in Bharathpur

Opnieuw vertrekken we vroeg, vandaag naar Bharathpur. Het is reeds middag als we er zijn en Bharathpur wordt de uitvalsbasis voor een bezoek aan het Keoladeo National Park.,

We laten ons rondvoeren door het mooiste vogelreservaat van India met meer dan vierhonderd soorten, waaronder de visarend, kraanvogelsoorten en veel reiger- en eendensoorten. Ook zijn er grote antilopen, pythons, wilde zwijnen, hyena’s en jakhalzen te zien.

De eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat we enkel vogeltjes gezien hebben. We hadden zo’n riksja gehuurd en de bestuurder deed zich voor als een echte gids. Iedere paar meters stopte hij om een vogel aan te duiden waar hij dan een hele uitleg over gaf. We hebben er het raden naar of de uitleg correct was. Het was er niet minder prettig om en we moeten toegeven dat hij inderdaad wel veel vogeltjes zag.

‘s Avonds hebben we dan gezamenlijk een soort van BBQ gehouden met chicken tandoori. Het is een typisch Indiaas gerecht. De kippenpoten worden gemarineerd in tandoorisaus. De saus bevat vele ingrediënten waaronder yoghurt, gember, knoflook, peper, komijn en het kruidenmengsel garam masala.

 

Jaipur

Op de nachttrein naar Jaipur slapen we in couchettes van zes en ik lig op de bovenste plank. Helaas heb ik hier geen ervaring mee, want naast het feit dat het er het warmst is, heb je ook nog eens al het ongedierte dat zich bij de lampen bevindt. Nu ja, ik ga hoe dan ook toch niet veel slapen, zelfs al patrouilleren er continu 2 gewapende mannen van het leger per wagon.,

Telkens als de trein vertraagt of stopt, houden zij massa’s bedelende mensen en kinderen aan de tralies van de ramen weg. ‘s Morgens komen we aan in de roze stad, de hoofdstad van de kleurrijke deelstaat Rajasthan.

De stad telt vele forten en paleizen, maar één van de mooiste is de Hawa Mahal, het Paleis der Winden. Zijn naam heeft het gekregen doordat de wind door het gebouw blaast en zo voor de nodige verkoeling zorgt. Vermits het vlakbij is, gaan we te voet. Doch dat is niet altijd gemakkelijk in India. Als arm zijn in India geen schande is, lopen is het wel. Van zodra je als toerist drie stappen op je eigen benen zet, word je omsingeld door fiets- en autoriksja’ s die je bijna hun voertuig insleuren. Het is vreselijk. De jongens bedoelen het goed, maar je kunt alleen maar door, langs of over hen heenkijken en hen opzij duwen als ze je pad blokkeren.

Het Windpaleis is een gevel opgebouwd uit rozerode zandsteen met daarin honderden ramen, vele balkons en nissen. Achter deze gevel bevinden zich geen kamers, maar enkel een brede gang. Het was de woonst van de haremvrouwen van de Maharadja van Rajasthan en vanachter deze gevel konden deze vrouwen zien wat er op straat gebeurde, zonder zelf gezien te worden.

We trekken verder richting het Observatorium, Jantar Mantar, waar zich de meest nauwkeurige zonnewijzer van de wereld bevindt. Het City Palace is een opeenvolging van binnenpleintjes en kleine paleizen. We kunnen maar in enkele plaatsen van dit gigantische gebouw binnen. Een deel van het paleis is namelijk nog steeds bewoond door de maharadja van Jaipur.

Wat Hollywood is voor Amerika, is Bollywood voor India. ‘s Avonds bezoeken we de mooiste bioscoop van India. Er is slechts één zaal, maar alleen al voor de ingang zou je komen. De grote luxe werkt verbluffend en is onvoorstelbaar voor India. De filmzaal zelf is gigantisch, de kwaliteit van het beeld en geluid is uitmuntend. Het filmthema is zoals meestal een liefdesverhaal tussen een rijke jongen en een arm meisje. Het verhaal wordt afgewisseld met heel veel muziek en dans. Voor de kenners: de film was Hamara Dil Aapke Paas hai met Miss Universe in de hoofdrol.

We verblijven ook nog de volgende dag in Jaipur en bezoeken nog enkele paleizen. Per olifant bereiken we het Amber Palace. Deze buitengewone vestiging ligt op een rots en wordt omgeven door een lange, dikke muur van 9 km die zich golvend over de heuvels uitspreidt. Vervolgens trekken we te voet verder naar het Jaigarthfort. Het is een flinke wandeling, doch het is de moeite waard. Het is een heel imponerend fort. In de 11 de eeuw als verdedigingswerk gebouwd en daarna werd het steeds verder uitgebouwd. Op de terugweg laten we ons afzetten aan het Rambagh Palace Hotel. Het is een heel sjiek hotel in koloniale stijl, doch met voor ons noch net betaalbare prijzen. Ik bestel er een croque en een chocolademilkshake en dat smaakte.

 

Udaipur

De eindbestemming van deze dag is Udaipur, maar we maken eerst een ommetje via Ranakpur. Daar bevindt zich de monumentale Chaumukh-tempel, één van de mooiste jaintempels van India. We stoppen hier om het schitterende godshuis goed te bekijken. Het complex dateert uit de 15de eeuw en telt maar liefst 1444 zuilen, waarvan er niet één gelijk is aan de ander. Bij de ingang word je verwelkomd door tal van apen. Ze lopen er vrij rond en zijn steeds op zoek naar lekkers van de toeristen.,

Vervolgens gaat de reis verder naar Udaipur. Udaipur is Rajasthan op zijn weelderigst. Deze stad is gebouwd rond een aantal kunstmatige meren waaraan veel paleizen en haveli’s staan. Door de overvloed aan water zijn er ook veel parken en tuinen. Bovendien staat hier het Lake Palace, één van ‘s werelds mooiste hotels. De stad wordt voor een deel nog door de gigantische stadsmuren omgeven. Het oude Udaipur is in zijn geheel een droomstad, waarin je uren kan verdwalen. Een groot deel van James Bond’s Octopussy werd er gefilmd. Elke avond draait de film wel ergens en de besnorde Indiërs zijn er duidelijk dol op.

Vermits de opeenvolgende dagen van tempelbezoeken mij stilaan een beetje naar het hoofd beginnen te stijgen, verkies ik eerst eens te gaan zwemmen. Mits een kleine bijdrage te betalen mag ik gaan zwemmen in het zwembad van het Shivniwas Palace Hotel. Dat doet deugd.

Tegen de avond gaan we met de tuktuk naar het Monsoon Palace. Het ligt 15 km buiten de stad, hoog tegen een berg aan. De weg ernaar toe gaat door droge velden, zanderige vlaktes en kleine dorpjes. Het paleis zelf bleek niet veel meer dan een ruïne te zijn en het dak is volgebouwd met antennes. We zijn vooral naar hier gekomen voor de prachtige zonsondergang die je hier kan zien. De zon zakt tussen twee bergen in langzaam weg.

 

Jodhpur

Na deze bezienswaardigheid trek ik de stad in. In de trotter wordt melding gemaakt van een cafeetje; Shri Mishrilal en dat wil ik bezoeken. Ze verkopen er speciale lassies en die wil ik uitproberen. Het betreft een lassie die dik, romig en met saffraansmaak is.

Jodhpur is ook de naam voor de pofbroek met nauwsluitende pijpen om de kuiten. Toch komen we deze broek niet tegen in het straatleven van India. Wel de sari. Het is een luchtig, zwierig en sierlijk kledingstuk dat door de vrouwen wordt gedragen. Ze passen bij elk figuur en hebben talrijke felle kleuren en patronen. Het is niet meer dan een eenvoudige rechthoekige lap stof die eerst om het middel wordt geslagen en het andere uiteinde wordt over de linker schouder gedrapeerd en gefixeerd met een broche.

Ook ik koop de plaatselijke kledij om aan te trekken. Geen sari natuurlijk, maar luchtige, wijde lange broeken en hemden. Na mijn fietsavontuur blijkt dat ze niet erg stevig zijn, maar in een dergelijke hitte en stofferige omgeving zijn ze aangenaam om te dragen. Ze kosten bovendien geen geld, dus eenmaal vuil gaan ze gewoon de vuilbak in.

,Jodhpur is ook een ommuurde stad midden in de woestijn. Het telt vele paleizen, forten en tempels.We bezoeken het Mehrangarh fort en vandaar begrijpen we waarom deze stad de bijnaam blauwe stad heeft. Het fort torent boven de stad uit. Vanuit het fort zien we pas goed hoe de stad wordt opgefrist door de lavendelblauwe kleur van de meeste huizen.

 

 

 

Jaisalmer

 

Vandaag reizen we door de woestijn naar Jaisalmer. Halverwege de rit nemen we een rustpauze in één van de weinige nederzettingen die we tegenkomen. Er is op een paar tenten na en wat inwoners niets te zien of te bekennen. Als we hen vragen achter wat drinken, loodst er ons één mee naar één van de achterste tenten en haalt uit een frigo flesjes cola. Van een verrassing gesproken.,

Net voor we aankomen in Jaisalmer stoppen we nog aan de Koninklijke Cenotafen van de Rawals in Barra Bagh. De overleden heersers werden hier gecremeerd. De meest recente cenotafen zijn ook de eenvoudigste.

Jaisalmer ligt ver van alles. De zware reis er naartoe is echter wel de moeite waard, want dit is de best bewaarde middeleeuwse stad van India. Het was een belangrijke karavanserai op de kamelenroute naar West-Azië. De adel en rijken bouwden hier prachtige landhuizen of haveli’s. We bezichtigen de prachtig bewerkte gevels en het fort, en slenteren in de nauwe, kronkelende straatjes.

Tot slot van deze culturele dag trekken we naar de zuidoostkant van de stad waar het Gadi Sagar ligt. Dit is het meer dat de stad van water voorziet.

Terug aan het guesthouse heeft een deel van de groep beslist om een kamelentocht te doen en te overnachten in de woestijn. We zijn ‘s avonds nog vertrokken en nadat we er een tocht van een paar uur hebben opzitten, hebben we onze ‘tenten’ opgeslagen in de woestijn. Er waren matrassen en dekens voorzien en de kamelen worden als bescherming tegen de wind rond ons gelegd.

De BBQ spijst onze hongerige magen. Er wordt gezongen en gedanst. De zonsondergang in de woestijn is fenomenaal. Speciaal is ook het zien van enkel en alleen je eigen voetstappen in de woestijn. Afgezonderd van de rest van de wereld.

Bij dagenraad trekken we terug met de kamelen naar Jaisalmer. Ik maak er nog een rustige dag van, slenter wat rond en leer ook lassies drinken. Dit is een soort drinkbare fruityoghurt. Na de middag trekken we richting Jodhpur.

 

 

Delhi

De trein naar Delhi is luxueus. We zitten in een airco gekoelde wagon en er wordt eten en drank voorzien. Aangezien het nog steeds niet zo goed botert tussen de Sikhs en de Indiërs, bewaken soldaten met grote geweren de trein.,
Acht uur later komen we aan in Delhi waar we met verschillende tuktuks naar ons hotel worden gevoerd. Het hotel heeft ronde bedden, wat zorgt voor een speciale evaring. Filip, Charlotte, Iris en ik huren samen een tuktuk en we laten ons voeren naar de belangrijkste bezienswaardigheden. Het valt op hoe chaotisch het straatbeeld is. We zien een olifant, honderden fietsers, toeterende risjka’s, bedelaars, twee heilige koeien die midden op de weg liggen te rusten.

Delhi bestaat uit een oud en nieuw gedeelte. Het nieuwe gedeelte is ontworpen door een Engelse architect toen India een Engelse kolonie was. Het was toen en is nu nog altijd de hoofdstad. Het oude gedeelte staat in fel contrast met het nieuwe. In Old Delhi kan je verdwalen in zijn nauwe, kleurrijke, oriëntaalse straatjes met tempels en moskeeën. New Delhi is een moderne stad met lange, brede, rechte straten, paviljoens en parken. Het is er een stuk minder levendig.

We verblijven er twee dagen en bezoeken er o.a. Het Rode Fort en Jama Masjid, de grootste moskee van India. Chandni Chowk is een grote bazaar waar je het chaotische, kleurrijke leven van India vindt. In New Delhi is het bekende Connaught Place een goede plek om te winkelen en te eten. Qutab Minar is een schitterende 73 meter hoge toren van de overwinning. Raj Ghat, de plek waar Mahatma Gandhi is gecremeerd, wordt nog steeds druk bezocht om hem te herdenken. Onze chauffeur bracht ons ook nog naar de Lotus Temple en de Tuinen van Lodi.

Op het einde van de tweede dag doet onze taxichauffeur ons een voorstel waar we heel graag op ingaan, maar dat we zelf helemaal niet hadden durven vragen. Hij nodigt ons uit om thee te drinken bij zijn familie. Door een wirwar van kleine straatjes en armtierige huisjes komen we bij zijn woonst aan. Het is een huisje van een paar vierkante meter hoog en breed waar ze met zeven mensen leven; zijn zus en haar man, hijzelf en 4 kinderen. Hij is als taxichauffeur de ‘grootverdiener’ van de familie. Na twee dagen onze chauffeur te zijn geweest, nemen we afscheid van hem en zijn familie.

 

 

Varanis

 

 

Wat onmiddellijk opvalt bij het binnenkomen van Varanasi is de typische geur en het zeer drukke straatleven. We zijn nu wel al wat gewoon, maar het is hier nog drukker dan elders. Het is hier ook veel vuiler, deels door de vaak smalle straatjes, anderzijds omdat er hier nog meer dieren dan elders vrij rondlopen.,

Eenmaal geïnstalleerd trekken we de stad in en via een wirwar van straatjes komen we al vrij vlug uit aan één van de ghats.

Varanasi is een belangrijk pelgrimsoord voor de hindoes gelegen aan de heilige rivier de Ganges. De ghats zijn de trappen die van de straatkant de Ganges ingaan en langswaar de hindoes de heilige rivier betreden voor hun godsdienstrituelen. Door te baden in de Ganges zou men het slechte uit vorige levens wegwassen. Er zijn ook twee crematieghats. Wie sterft en gecremeerd wordt in Varanasi zou ontsnappen aan de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte.

De lijken worden in de open lucht, op brandstapels gecremeerd. Alvorens te cremeren wordt het lichaam dat gewikkeld is in een doek nog eenmaal ondergedompeld in de Ganges. Het is de oudste zoon die de brandstapel aansteekt. Het is een vrij luguber tafereel. Immers wanneer de familie te weinig geld heeft voor de aankoop van het nodige hout, blijven er vaak resten van botten over. Die worden samen met de as in de Ganges geworpen. En wanneer de schedel niet uit zichzelf splijt, dan wordt die met een stok opengeslagen zodat de ziel het lichaam kan verlaten. Niet iedereen mag gecremeerd worden. Zwangere vrouwen, kinderen jonger dan 10, heilige Sadhu’s en wanneer de persoon gestorven is aan een giftige cobrabeet, lepra, waterpokken of een ongeval komt niet in aanmerking voor crematie. Hun lijk wordt verzwaard met stenen zo de Ganges ingegooid.

We krijgen al deze informatie van een jongentje dat daar rondliep. Omdat hij zo zijn best doet, geven we hem wat fooi. En dat is iets wat we beter niet hadden gedaan. Bijna ogenblikkelijk komt iemand van een duidelijk hogere kaste op hem af en begint hem stokslagen te geven. Wij zijn gechoqueerd en snappen er niets van. De man zegt ons direct dat het voor ons geen probleem is. De jongen wist dat hij geen geld mocht ontvangen bij de crematies. Dit is blijkbaar een regel die daar geldt. Volledig uit ons lood geslagen druipen we af. We duiken de kleine straatjes er achter in, maar het voorval blijft ons achtervolgen.

De volgende dag maken we een boottrip op de Ganges bij zonsopgang. Wanneer we om 5 uur ‘s morgens bij de opkomende zon de Ghats aanschouwen, krijgen we een prachtig schouwspel te zien. Het lijkt alsof de helft van Varanasi zich zit te wassen in het vuile water.

Varanasi is een stad die je ofwel intrigeert of waar je onmiddellijk een afkeer van krijgt. Ik raak geboeid door de stad en de indrukken die ik er heb opgedaan, zullen mij mijn hele leven bijblijven.

 

Winkeltip: op zoek naar een reisgids Rajasthan? Bekijk dan deze (online) gids eens:

Reisgids Parijs Kopen

Plaats als eerste een reactie