Een triestige geschiedenis in Phnom Penh
Het vinden van een geschikt guesthouse in Phnom Penh was niet gemakkelijk. De trotter van Cambodja was nog niet gedrukt en pas daar misten we onze correcte raadgever inzake logeermogelijkheden. Uiteindelijk zijn we in het Royal Hiness beland. Een somber guesthouse met Chinese invloeden.
Onze citytrip starten we met een bezoek aan het Koninklijk Paleis en de Zilveren Pagode. Het is wel mooi, rustig, maar zeker niet zo indrukwekkend als dat van Bangkok. In de meeste gebouwen mag je trouwens niet binnen, waardoor we na enkele uren al rond zijn.
Het Tuol Slengmuseum (S 21) is een harde confrontatie met het schrikbewind dat er tussen 1975 en 1979 is geweest door de Rode Khmer. Het museum is gelegen in een dichtbevolkte wijk en je moet echt zoeken naar de ingang. De methoden van marteling, intimidatie en moord leken ons erger dan de praktijken in de vernietigingskampen van de nazi's. De vele foto's aan de muren getuigen van de angst en de kwellingen van de slachtoffers.
Een 15-tal kilometer buiten de stad bevinden zich de Killing Fields. Het was het vernietigingskamp van de Rode Khmer. De weg ernaar toe is op zijn Cambodjaans, hobbelig en zanderig. Het kamp is eigenlijk al even aangrijpend als het museum. Het is een aaneenschakeling van massagraven (129) waarvan er 43 zijn geopend. De schedels die hierbij zijn opgegraven, zijn ondergebracht in een glazen toren in de vorm van een herdenkingsstoepa. De gedachte dat hier mensen van je eigen leeftijd als baby zijn doodgeknuppeld is beklijvend, daar hebben we nog nooit bij stilgestaan.
Ons bezoek aan Phnom Penh sluiten we af met de overdekte markt. In de vierde grootste koepel ter wereld kun je bijna alles vinden. Het zijn er steeds solden prijzen en ook afbieden loont de moeite.
